Klederdracht - 16 augustus 2006
Eén van de grootste gevaren op reis is jezelf onder te dompelen in de lokale klederdracht. Wij zijn nu anderhalve week in Guatemala en inmiddels benaderd door pakkumbeet drieduizend vrouwtjes en kindertjes die ons felgekleurde kledingstukken aanbieden. In de geschiedenis van de mensheid is slechts één tijdsframe geweest waarin zulke kledingstukken passend waren; de zestiger jaren, om precies te zijn het hoogtepunt van de flowerpower periode. En zelfs toen zouden de hippies raar opgekeken hebben bij het zien van het soort kledingstukken dat ons hier dagelijks tegen de borst wordt gedrukt.

Het is een sport geworden om onze garderobe klederdracht-vrij te houden. Maar het wordt met de dag moeilijker. Wanneer we op een bankje in het park zitten en kijken naar de stroom backpackers die aan ons voorbij gaan, dan zien we de ‘verloren gevallen’. Amerikaanse meiden die voor lul lopen in gebreide jurken en geweven bloesjes. Allemaal in de kleuren die hier in Guatemala heel populair zijn, maar in de rest van de wereld ‘uit’ zijn en frankly nooit ‘in’ zijn geweest. Even verderop lopen twee jongens met een baard als een lama en op het hoofd een gebreide muts met aangehechte oorflappen die uitmonden in een bolletje. Wanneer ze lopen, danst het bolletje op hun schouders. Het mutsje is rood, geel, blauw, paars, oranje en nog wat kleuren die er tussen in zitten. Ik bedenk me geen moment en grijp mijn zonnebril, aangezien het tafereel pijn doet aan de ogen. Zij zijn de reizigers die ergens een verkeerde afslag genomen hebben en terecht gekomen zijn in een fashioneuze hel, een modetechnisch niemandsland, daar waar gehoon is… en geklappertand.

Hoe komt iemand er zo bij om al zijn of haar fatsoenlijke kleding te verruilen voor deze inlandse kleurencompositie, vraag je jezelf wellicht af? Denk nou niet dat het jou niet kan gebeuren! Want voor je het weet…

Het is altijd op zo’n onbewaakt ogenblik dat je lekker aan het relaxen bent. Je ogen sluimeren en de zon beschijnt je gezicht. Je hoort de geluiden van mensen om je heen, het getoeter van de taxi’s, het geschater van de inheemse vrouwtjes, het onderhandelen van de marktkooplui. Je wordt zachtjes op je schouder getikt en wanneer je je ogen opendoet staat er een klein Guatemalaans meisje in klederdracht voor je. Ze kijkt je vriendelijk aan met haar grote bruine ogen. In haar ene hand heeft ze een grote zak. In haar andere hand houdt ze een tros gekleurde touwen omhoog. Ze lacht en vraagt in vloeiend Spaans of ik behoefte heb aan een prachtig gekleurd bandje voor aan mijn zonnebril. Nu pas herken ik de toepassing van de tros touwen. Ik schud mijn hoofd en antwoord in mijn perfecte en accentloze spaans (ahum) dat ik geen behoefte heb aan haar prachtige gekleurde zonnebril bandje. Maar zij wijst op mijn bandjesloze zonnebril en vraagt mij uit te leggen waarom ik geen behoefte heb aan zo’n handig gekleurd bandje. Onderwijl geeft ze me een glimlach waar mijn knieën van gaan knikken. Ik probeer haar uit te leggen dat mijn vriendin en ik ons hebben voorgenomen dat wij ons niet inlaten met de inheemse klederdracht en dat haar zelfgemaakte gekleurde zonnebrilbandje zeker onder het kopje ‘inheemse klederdracht’ viel. Ze kijkt me niet begrijpend aan trekt voor de zekerheid een bandje uit haar tros. Het bandje is gemaakt van touwen in de kleuren groen, geel, rood en oranje die om de 2 centimeter wisselen van kleur. Ik wil mijn ogen bedekken met mijn zonnebril maar bedenk me dat nu niet het juiste moment is om mijn zonnebril te pakken. Ze gaat naast me zitten op het bankje en drukt me het bandje in mijn hand. Ze doet er nog één van haar aandoenlijke lachjes bij. Ik probeer haar te negeren en dat lukt voor ongeveer 4 seconden. Dan vraag ik haar hoeveel ze denkt dat zo’n bandje met al die vreselijke kleuren zou moeten kosten. Dit is het moment dat ik afglijd naar de afgrond, dat ik de kleine zijweg neem en nooit meer de grote weg terug zal vinden. We weten allebei dat ik met die ene vraag het bandje al van haar gekocht heb. De onderhandeling is alleen nog een formaliteit. Ik ben verkocht en sla mijzelf in gedachten tegen het hoofd.

Ze begint de onderhandeling met een openingsbod van 12 Q plus een grijns van oor tot oor. (Q = Quetzales, 1 $ = 7,5 Q). Ik doe een tegenbod van 2 Q plus een bedroefd pruil lipje. Zij kijkt geschokt en looft 10Q. Ik klaag steen en been over de hedendaagse economische omstandigheden en blijf bij 3Q. Zij kijkt me ongelovig aan, doet haar best om bijna te gaan huilen en besluit om naar 8Q te gaan. Ik zie waar dit heen gaat en pak mijn portemonnee en trek er een briefje van 5Q uit. Dit druk ik in haar hand. Zo, koekje van eigen deeg. Ze kijkt naar het geld en maakt een overweging in haar hoofd. Ik geef haar snel een blik van ‘nu of nooit’. Ze kiest voor nu. Ze weet dat ze een hele goede prijs heeft gekregen voor haar bandje en ze weet dat ik dat ook weet. Nu het bandje van eigenaar is overgegaan wordt het tijd voor serieuzere zaken. Haar hand verdwijnt in de grote zak die ze bij zich heeft en te voorschijnt komt: een groot kleed in.. jawel.. alle kleuren van de regenboog. ‘Voor mijn vriendin’, zegt ze lachend. Ik zeg lachend terug dat als ze nu niet snel weggaat…

Na het zonnebril bandje volgde een schoudertas voor Vriendin want dat vond ze toch echt handig, veel handiger dan haar gewone zwarte schoudertas. Ik ben zo dom geweest om onze fleecedeken in Panajachel te laten liggen en Vriendin bedacht dat ze dan wel op de markt zo’n zelfgemaakte felgekleurde deken …





Remmelt - 11 september 2006
Beste Dirk Jan

Levensgenieter en scooter-verhuurder, je verhalen zijn van het nivo wat er van jou verwacht mag worden. Klasse. inmiddels aangemeldt voor je nieuwsbrief.

blijf jezelf en hopelijk spreken we elkaar nog een keer

Remmelt



jan willem - 11 september 2006
Schitterende stukken! Doe mij die nieuwsbrief?


egers jim - 10 april 2007
Gaarne zou ik ook inheemse klederdrachten van uit Suriname willen vinden op jou mooie website.


Plaats een reactie
Naam:
Code: Vul deze 4 cijfers in bij Code.
Reactie: