Ronnie - 23 maart 2007
De bel gaat en ik doe open. Voor me staat een grote man, gekleed in een vale spijkerbroek houthakkersshirt. Zijn ruwe hand is vooruitgestoken. Ik schud zijn hand.
‘Ron, van ’t schòn-moak-betrijf. Seg mar Ronnie.’
Achter Ronnie staan schoonmaakspullen, grote jerrycans met chemisch spul, zwarte stofzuigers, sproei-installaties, zegmaar professionele shit voor de industriële schoonmaak. Schitterend. Ronnie praat veel en in verkleinwoorden. Dat gaat ongeveer zo:
‘Zo, dan gaan we effe nar ’t keldertje om er effe een stofzuigertje door heen te halen. Daorna zullen we effe de muurtjes behandelen met …(en voor dit woord van 6 lettergrepen neemt hij even een spreekwoordelijke aanloop) ..desinfecteermiddel.’
‘Koffie Ronnie?’
‘Groag.’
‘Wat heb je in de koffie?’
‘Ken d’r bai mai twee klontjes en een scheutje melluk in?’
‘Wat jij wilt.’
En zo zit ik even later met Ronnie aan de koffietafel. Ronnie is niet erg onder de indruk van mijn waterschade. Ik wel. Ik deed onlangs het luik van mijn kelder open en zag uit diverse hoeken dingen wegschieten. Ook hoorde ik iets van ‘Bright light! Bright light!’. Ronnie drinkt onverstoorbaar zijn koffie en vertelt over zijn roemrijke jaren in de ‘schon-moak-bransj’.
‘Gast. Zo hadde we duz laats een gevalletje brandschade in een huisie ergens in Purmerent. Was ter een kerel dot gemaokt, in stukke gehak en in de fik gestoke. Ben ik doar de boel an’t schònmoaken, kum ik een afgefikte vinger tege! Was z’n wijsvinger, dat kon je gewoon zien. Kon je gewoon zien. En stinken. Stinken! Ja da make we òk mee.’
Ik verslikte me half in mijn boterhammetje kaas.
‘Niet echt een verhaal voor bij ’t ontbijt, Ronnie.’
‘Oh, sorry.’ En hij ontstak in een onstuimige lach.
De schoonmaak is toch vooral een sociaal beroep. Wanneer ik na een half uur en twee bakken koffie aanstalten maak om wat nuttigs te gaan doen, komt ook Ronnie in beweging. Hij mompelt nog iets van emmertje pakken, sopje maken, effe doorpakke en gaat vervolgens aan het werk.
De telefoon. Het huis vervult zich met de stem van Hans Teeuwen die schreeuwt dat de telefoon gaat en of je die niet eens zou oppakken. Ronnie kijkt me trots aan, hij heeft vast de coolste ringtone van de zaak. Hij neemt op en ik hoor een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. Al snel blijkt dat het de directrice is van de school van zijn zoon. Hij heeft iets met zijn pols en wil naar de dokter. ‘Geef h’m moar effe’ sist Ronnie. En tegen zijn zoon: ‘Je zit de boel niet te besodemietere huh? Want dan krijg je klappe zoas je nog nooit heb gehat.’ Even later hangt hij op. Schijnbaar voelt hij de behoefte tekst en uitleg te geven en het blijkt dat zijn zoon gevallen is en zijn pols heeft gebroken. Of z’n vader h’m naar het ziekenhuis kan brengen. Maar z’n vader zit in het verre noorden (Zwolle is dat plaatsje waar mensen wel eens over gehoord hebben maar wat men altijd ergens boven in Drenthe plaatst). Hij moest maar gaan lopen. Of nie dan, vraagt Ronnie mij. Ik wil me er graag buiten houden en geef hem een half knikje. Al. snel kwam ik erachter dat Ronnie’s schoonmaakkwaliteiten het van zijn pedagogische wint. In mum van tijd waren alle schimmels gevangen en afgevoerd. We deden nog een ‘bakkie pleur’, een praatje en wat papierwerk en toen ging Ronnie weer. Ik bleef achter met een schone kelder en een column.



heleentjevandervlist - 23 maart 2007
............deze gekke oma is HEEEEL blij dat ik weer een mail van je mocht ontvangen.
Heel herkenbaar ook weer.
Het ga je (jullie) goed!


champagne - 23 maart 2007
Heel beeldend beschreven. Zag het zó voor me, leuk!


anne - 23 maart 2007
Hey Dirk-Jan
Leuk verhaal haha!!!!!!!
Hebben jullie nog wat spulletjes kunnen redden? Hoe bevalt het in Nederland, leuk om iedereen weer te zien? Zicht op werk?
Tot ziens in mei!!


Merel - 23 maart 2007
In de pauze van mijn training aan de BIA managers, tovert jou colum weer een grote glimlach op mijn mond!

Gefeliciteerd trouwens met je nieuwe baan!


Plaats een reactie
Naam:
Code: Vul deze 4 cijfers in bij Code.
Reactie: